Op Gevaarlijk Spel laten we een aantal experts aan het woord over de aanbevelingen uit het onderzoek, te beginnen met metajournalistiek. Deze week reageert Hans Wansink, oud-politiek commentator van de Volkskrant. Volgens hem is er sprake van een toenemende invloed van de media. Dat noopt tot het inzicht geven in de journalistieke werkwijze en het afleggen van verantwoording.
Sinds een jaar of tien is de kritiek op het functioneren van de journalistiek sterk toegenomen. De uitspraak ‘De leugen regeert’, gedaan door koningin Beatrix tijdens een jubileum van het Genootschap van Hoofdredacteuren in 1999, vond veel navolging. Dat de journalistiek slechter is geworden, valt moeilijk te bewijzen, maar ik geloof het niet. Blader maar eens in kranten van twintig of dertig jaar geleden en je zult zien dat ze vandaag niet alleen veelzijdiger en aantrekkelijker zijn, maar ook minder voorspelbaar en vooringenomen.
Op zoek naar de oorzaken van de kritische bejegening van de journalistiek zie ik drie ontwikkelingen. In de eerste plaats is de invloed van de media enorm toegenomen. Het publieke leven wordt steeds sterker beheerst door datgene wat erover in kranten, op televisie en op internet wordt gepubliceerd. Niet alleen in de vorm van nieuwsberichten, maar ook in columns, commentaren, weblogs en tweets. De kerken, vakbonden en politieke partijen bepalen steeds minder hoe wij de publieke sfeer beleven. Het publieke domein valt vandaag de dag bijna volledig samen met het terrein dat door de media wordt bestreken.
De tweede factor wordt gevormd door de geringe mogelijkheden om iets aan de invloed van de pers te doen. De overheid, bedrijven, partijen en burgers gaan weliswaar op zoek naar middelen om de macht van de media te keren, maar – dankzij de persvrijheid – kunnen die media niet via dwang in het gewenste gareel worden geschopt. Het afleggen van verantwoording, het behandelen van klachten of het inzicht geven in de journalistieke werkwijze kan niet van buitenaf worden afgedwongen. Dat is frustrerend voor de buitenstaanders.
Pretenties
Het enorme succes van Het zijn net mensen van Joris Luyendijk uit 2006 is hieruit te verklaren. Hij klapte uit de school door de werkwijze van zijn collega-correspondenten in het Midden-Oosten tegen het licht te houden. De pretenties van verificatie, onafhankelijkheid en evenwichtige berichtgeving worden lang niet altijd waargemaakt. Journalisten worden gemanipuleerd, informatie valt in een dictatuur niet te controleren, maar helaas – klaagt Luyendijk – vertellen de correspondenten dat hun lezers, luisteraars en kijkers zelden. Met andere woorden: zij houden hun publiek voor de gek.
En dat was precies wat het publiek wilde horen, juist van een insider. Het paste perfect in de populistische tijdgeest, waarin instellingen en beroepsgroepen met macht bij voorbaat worden weggezet als onbetrouwbare vijanden van het gewone volk. Dit brengt ons bij de derde ontwikkeling: de journalistiek werd, geheel in strijd met haar eigen zelfbeeld, als verlengstuk van het vermaledijde establishment gezien.
Pittige uitspraken
Ik heb dat populisme zelf ondervonden na het interview dat ik met Frank Poorthuis maakte met Pim Fortuyn, gepubliceerd in de Volkskrant van 9 februari 2002. Naar aanleiding van de pittige uitspraken van Fortuyn werd ik ervan beschuldigd deel uit te maken van een complot van de Partij van de Arbeid om Leefbaar Nederland onschadelijk te maken. Een columniste schreef zelfs in het AD dat ik door de PvdA betaald werd.
Hoewel Fortuyn zelf verklaarde dat hij een prettig gesprek had gehad met de ‘heren van de Volkskrant’ en geen woord terugnam, werd de beschuldiging eindeloos herhaald. Wij zagen ons als het ware gedwongen ons te bekeren tot de metajournalistiek. Poorthuis schreef in het Volkskrant Magazine van 26 oktober 2002 een minutieuze reconstructie van ons gesprek in Fortuyns Palazzo di Pietro. Twee jaar later heb ik in De erfenis van Fortuyn een uitgebreide verantwoording van de totstandkoming en de presentatie van het verhaal gegeven.
Weerstand
Aan metajournalistiek, het inzicht geven in de werkwijze en het verantwoorden van de gemaakte keuzen, valt eenvoudigweg niet te ontkomen. De weerstand ertegen is begrijpelijk; elke professie heeft de neiging zich beschermen tegen de lekenwereld. Maar of het nu gaat om klanten of kiezers, burgers of lezers: hun loyaliteit ten opzichte van de instituties is voorwaardelijk en moet voortdurend bevochten en bevestigd worden.
Daar komt nog bij dat de kritiek op de journalistiek niet vrij is van dubbelzinnigheid. De meeste critici verwijten journalisten gebrek aan maatschappelijke verantwoordelijkheid en respect. Maar in de ogen van anderen gaan Nederlandse journalisten juist de confrontatie met de gevestigde machten uit de weg, in plaats van ze op te zoeken.
Dat geldt niet alleen in de harde sectoren van de verslaggeving, zoals de politiek. Ombudsvrouw Margreet Vermeulen maakte in haar Volkskrant-rubriek van 21 januari melding van klachten van lezers over ‘oppervlakkige, niet kritische’ berichtgeving over de media in de vorm van interviews met BN’ers en presentatoren die vooral over zichzelf praten en ondertussen de aandacht mogen vestigen op een nieuw blad of een nieuw programma. ‘Reclame’ noemen die lezers dat. En de ombudsvrouw concludeerde: ‘Het doel van de mediaberichtgeving lijkt nu vooral: enthousiasmeren en gidsen. Niet: kritisch volgen. Lezers verwachten meer ambitie van de Volkskrant. Terecht, lijkt mij.’
Kritische recensies
Enthousiasmeren en gidsen, dat wil ik zelf ook graag, in mijn nieuwe rol als coördinator Boeken van de Volkskrant. Mensen attenderen op interessante boeken en schrijvers. Maar toch ook kritische recensies en essays die de lezers aan het denken zetten. Daar zit een spanning tussen, want de krant (of het tv-programma) die gids wil zijn, vindt zichzelf terug als platform voor de makers en de verkopers van al die boeken, films, cd’s, voorstellingen, programma’s en producten.
Dat het nieuwe boek van Saskia Noort in ons katern slechts één sterretje scoorde, had de uitgever vast ingecalculeerd. Vandaar dat het boek op Ibiza werd gepresenteerd op een locatie die mooie foto’s van de schrijfster opleverde en het decor vormde voor een fijn verhaal volpersoonlijke ontboezemingen in vele publicaties, waaronder het Volkskrant Magazine.
Sommige uitgevers beginnen al net zoveel raffinement tentoon te spreiden als de spindoctors die ik tien jaar lang rond het Binnenhof heb meegemaakt. Een nieuw terrein voor metajournalistieke verkenningen dient zich aan.
Hans Wansink
Was chef opinie (1996 -1999) en politiek commentator (1999-2010) van de Volkskrant. Is daar nu coördinator van het boekenkatern. Promoveerde op De erfenis van Fortuyn – De Nederlandse democratie na de opstand van de kiezers (2004). Publiceerde in 2008 met Warna Oosterbaan: De krant moet kiezen – De toekomst van de kwaliteitsjournalistiek.
Gevaarlijk Spel is een onderzoek naar de verhouding tussen de journalistiek en de pr- en communicatiesector. Uitgangspunt vormen de norm die de professionele journalistiek zichzelf stelt: het streven naar onafhankelijkheid.




Waar het dus op neerkomt, is dat ‘de media’ moeten reageren op kritiek? Dat lijkt me logisch, maar is dat nieuw?
Of bedoelt Hans Wansink pro-actieve metajournalistiek, oftewel: ongevraagd verantwoording afleggen over werkwijze en keuzen? Hoe zou dat dan moeten? Bij elk artikel uitleggen hoe dat tot stand gekomen is?
Daar ben ik nieuwsgierig naar.