Op Gevaarlijk Spel laten we een aantal experts aan het woord over de aanbevelingen uit het onderzoek, te beginnen met metajournalistiek. In de laatste bijdrage geeft emeritus-hoogleraar politieke communicatie Kees Brants vier redenen om voorzichtig te zijn met metajournalistiek.
De oproep tot metajournalistiek van Mirjam Prenger en Leendert van der Valk, in hun bijdrage, lijkt een gerechtvaardigd en werkzaam voorstel. Het boek waarop het stuk is gebaseerd (Gevaarlijk spel. De verhouding tussen pr & voorlichting en journalistiek – samen met Frank van Vree en Laura van der Wal), levert genoeg materiaal ter ondersteuning van de stelling dat pr en spin groeien en professionaliseren; hoewel minder voor de veronderstelling dat hun invloed op de journalistiek ook navenant toeneemt.
Het door hen voorgestelde tegengas, dat de nieuwsconsument inzicht moet geven ‘in de gehanteerde strategieën en wat er zich achter de schermen afspeelt’, heeft in potentie een tweeledige functie. Het kan een bijdrage leveren aan de media-educatie van vaak nietsvermoedende lezers, luisteraars en kijkers, en het kan nieuwsbronnen erop wijzen dat journalisten niet helemaal gek zijn. Dat is mooi. Maar helemaal overtuigd ben ik niet. Ik heb vier kanttekeningen, cq. problemen.
cynisme
In de eerste plaats zal de door hen voorgestelde vorm van metajournalistiek leiden tot groeiend cynisme ten aanzien van politiek en politici – en die is al stevig. De auteurs veronderstellen zelf dat dit geldt voor een ‘gemakzuchtige’ variant, waarin pr-functionarissen en spin doctors als de bad guys en journalisten als de good guys worden neergezet. Maar uit recent vergelijkend onderzoek van Claes de Vreese en Matthijs Elenbaas (2011) naar spin in Nederland en Groot Brittannië, blijkt dat juist de door Prenger en Van der Valk voorgestelde variant tot significant groter cynisme leidt dan andere vormen van strategienieuws.
Er mag dan misschien goede reden zijn tot kritiek op het nieuwsmanagement van de politiek en het zou tot empowerment van het publiek kunnen leiden, zoals Prenger en Van der Valk suggereren, maar of het daarmee ook een bijdrage levert aan het functioneren en de legitimiteit van het politieke systeem is een andere vraag.
achterklap
In de tweede plaats zou metajournalistiek m.i. misschien juist eerder over het eigen functioneren van de beroepsgroep moeten gaan. ‘Limburgse statenleden’, schreef Peter Middendorp bijvoorbeeld op 4 februari in de Volkskrant naar aanleiding van de overval op het PVV-statenlid dat eerder een Turkse PvdA-collega een ‘uitgekotst stuk halalvlees’ had genoemd, ‘fluisteren dat Bosman deze overval in scène heeft gezet’. Heeft Middendorp dit uit de eerste hand, hoeveel Statenleden heeft hij gesproken, van welke partijen, of is dit een voorbeeld van het ‘zoeken’ naar ‘waarheidachtigheden’ in het circuit van roddel en achterklap?
Ook bij informatie die op lekken of anonieme bronnen is gebaseerd, zou ik op z’n minst willen weten uit welke hoek de onthulling komt, zodat ik het belang van de lekker kan afwegen tegen de nieuws- en meerwaarde van de anonieme bron. Het verschoningsrecht zou dan wel eens een sta-in-de-weg van deze Luyendijk-journalistiek kunnen zijn.
nieuwsmanagement
In de derde plaats zouden er voor politici en andere bronnen ook goede redenen kunnen zijn voor sturende voorlichting en spin. In een concurrerende mediamarkt, waar zich naast de infotainment van talk shows nu ook de, vaak niet door professionele regels gehinderde internetjournalisten hebben gemeld, laat onderzoek (bijv. Kleinnijenhuis et al. 2007) zien dat media meer geneigd zijn tot een focus op en het framen in termen van conflicten, schandalen en personen, en tot meer interesse voor waar de politiek heeft gefaald dan wat zij heeft bereikt.
Nieuwsmanagement kan dan een begrijpelijke en misschien wel gerechtvaardigde poging zijn de onzekerheid over de journalistieke uitkomst enigszins te controleren en het eigen verhaal in de media te krijgen. Journalisten zijn er vooralsnog zelf bij als het om machtsmisbruik en manipulatie zou gaan en metajournalistiek benadrukt dan eerder de eigen zwakte.
waarheidsvinding
Tenslotte kan spin doctoring ook een nuttige bijdrage leveren aan de journalistieke waarheidsvinding. In de Verenigde Staten verzamelen de doctoren zich na een tv-debat of na een belangrijke zitting van het Congres in een belendende kamer om aan journalisten nog eens duidelijk te maken, te framen dus eigenlijk, welk punt of oneliner nu de kern vormde in de bijdrage van hun kandidaat of partij en wat voor onzin de ander te verkopen had. De journalisten lopen alle spin doctors af, wikken en wegen de pluriformiteit die uit de eenzijdige bronnen is voortgekomen, en schrijven hun stukje of maken hun item vanuit de eigen afweging maar met gebruikmaking van het op een presenteerblaadje aangeboden hoor en wederhoor. Een verhaal over dat ritueel is wel eens aardig, maar als metajournalistieke achtergrond bij ieder stuk mist het zijn doel.
Vraag een wetenschapper, zelfs een met een journalistieke achtergrond, niet een commentaar te schrijven, want je krijgt meestal een enerzijds-anders verhaal en niet een ondubbelzinnig standpunt. Laat ik het toch proberen. Misschien liever dan metacoverage ben ik geporteerd voor een journalistiek die kritisch(er) omgaat met zijn bronnen – gezaghebbend, anoniem of anderszins – of dit nu voorlichters zijn, spin doctors, pr-functionarissen, anonieme Kamerleden, lekkende ambtenaren, bevriende politici, collega’s, reaguurders, enzovoort enzovoort. En daar hoef ik dan niet over te lezen, als ik maar het resultaat zie.
Bronnen:
Kleinnijenhuis, Jan et al. (2007) Nederland vijfstromenland. De rol van de media en stemwijzers bij de verkiezingen van 2006. Amsterdam: Bert Bakker.
Vreese, Claes de & Matthijs Elenbaas (2011) Spin and political publicity: effects on news coverage and public opinion. In: Kees Brants & Katrin Voltmer (eds) Political communication in postmodern democracy (pp. 75-92). Houndmills, Basingstoke: Palgrave Macmillan.
Gevaarlijk Spel is een onderzoek naar de verhouding tussen de journalistiek en de pr- en communicatiesector. Uitgangspunt vormen de norm die de professionele journalistiek zichzelf stelt: het streven naar onafhankelijkheid.




Recente reacties