
Op het Haagse Binnenhof wordt niet louter het landsbelang gediend, vaak prevaleert het partijbelang, of het ego van de politicus. Beschermers van die belangen zijn spindoctors, politiek assistenten (PA’s), campagnestrategen en voorlichters. Dat beeld schetst parlementair journalist Max van Weezel effectief in ‘Haagse fluisteraars’. Hij richt zich in het boekje op de kabinetten Balkenende en met name Balkenende IV waarin PvdA en CDA elkaar via de media zwart maakten en roddel verspreidden, terwijl ze geacht werden het land te besturen. Van Weezel sprak met veel betrokkenen en geeft inzicht in de Haagse mores. Journalisten lijken daarbij vooral doorgeefluik van dubieuze primeurs en halve waarheden.
Van Weezel zet kort de opkomst van de mannetjesmakers in Den Haag uiteen, die volgens hem begon met politici als Hans van Mierlo en Ed van Thijn die onder de indruk waren van politieke campagnes in de Verenigde Staten. Konden journalisten in de jaren zestig en zeventig nog rechtstreeks bellen met ministers, in die jaren begon geleidelijk ook de haag van voorlichters rond politici te groeien. Onder Wim Kok doet, tegen zijn zin zo blijkt, de politiek assistent zijn intrede. De PA is persoonlijk verbonden met de politicus en regelt de mediacontacten vaak buiten de voorlichting van het departement om. Van Weezel schrijft: ‘Niet zelden werden de PA’s door het ambtenarenapparaat voor waakhond van de partij, ongeleid projectiel, pottekijker, stoorzender en Raspoetin uitgemaakt.’
De voornaamste focus legt Van Weezel op het laatste kabinet Balkenende waarin spindoctors als Jack de Vries aan CDA-zijde het opnemen tegen de ‘Bos-boys’ aan PvdA-zijde. Het onderlinge vertrouwen bereikte een dieptepunt. Als Bos in 2007 hoort dat Balkenende Jack de Vries tot staatssecretaris van Defensie benoemt en de felle Jeroen de Graaf als PA aanstelt, ziet de PvdA daarin het begin van een media-oorlog. Het leidt tot steeds verdergaande macht van de PA’s. In 2010 roept Bos zijn partijtop bijeen nadat Verhagen opnieuw heeft gesuggereerd dat de PvdA-leider onbetrouwbaar zou zijn. Bij die bijeenkomst zijn ook de persvoorlichters en PA’s aanwezig, wat toenmalig minister Eberhard van der Laan de uitroep ontlokt: ‘Wie zijn die mannen in zwarte Armani-pakken, wat hebben ze hier te zoeken?’
Het boekje staat vol met dergelijke scènes en kijkjes achter de schermen die niet zullen helpen bij het herstellen van het vertouwen in de politiek, maar wel erg verhelderend werken. Haagse fluisteraars is soepel geschreven door een journalist die al ruim 30 jaar meedraait in Den Haag en dus weet waarover hij spreekt. Maar daar wringt het ook. Anders dan bijvoorbeeld ‘Je hebt het niet van mij, maar…’ van Joris Luyendijk heeft de Vrij Nederland-journalist niet de pretentie de Haagse gang van zaken van commentaar te voorzien, hij beschrijft slechts. Daardoor is het af en toe wel wat vrijblijvend, vooral waar het de journalistiek betreft.
Toen Balkenende in 2004 met een voetinfectie in het ziekenhuis lag, nam toenmalig minister van financiën Gerrit Zalm het premierschap waar. Op de vraag van een journalist van NRC Handelsblad of de dubbele baan niet heel zwaar was, antwoordde Kees Berghuis, de PA van Zalm (en dus niet Zalm zelf), ‘Nee hoor, het kost hem maar een uurtje per dag’. Een pesterijtje naar Balkenende. Het werd de kop boven het stuk. Jack de Vries zorgde er volgens Berghuis voor dat het Algemeen Dagblad twee dagen later opende met het nieuws dat Zalm overwerkt raakte, hij had zich verkeken op de werkdruk. Wraak van CDA-zijde.
Dit is maar een van de vele voorbeelden die in het boekje voorkomen van het publicitaire steekspel. De verleiding is groot om het als vermakelijk te zien, het hoort bij het spel. Maar dat politici hun kostbare tijd daarmee verdoen is op zichzelf al dubieus, helemaal vreemd is het dat journalisten zich daarvoor laten lenen. Welk doel dienen ze daarmee? Natuurlijk kost het premierschap geen uurtje, waarom zou een journalist dat van een PA aannemen? Zalm raakte ook niet overwerkt, de AD-journalist zal toch wel begrepen hebben dat Jack de Vries hem gebruikte?
Parlementair journalisten weten hoe dit spel werkt, ze zijn er onderdeel van. De vraag is nu waarom dat niet met hun lezers wordt gedeeld. De belangen achter het nieuws, het spinnen van de PA’s, de onderlinge verhoudingen tussen politici, het is allemaal essentiële informatie voor de lezer of kijker om een bericht op waarde te kunnen schatten, maar het spel blijft verborgen.
Meermaals komt in Haagse fluisteraars de stelling voorbij dat succesvolle voorlichters niet in de schijnwerpers staan. Journalisten willigen die wens blijkbaar graag in, in ruil voor een primeur en gespind nieuws. In dit boekje worden zij wel benoemd, het doet ernaar snakken dat zulke ‘metajournalistiek’ voortaan niet tot een publicatie achteraf beperkt blijft, maar een gangbaar onderdeel wordt van de berichtgeving.
Haagse fluisteraars / Max van Weezel / Uitgeverij Balans / €6,95
Gevaarlijk Spel is een onderzoek naar de verhouding tussen de journalistiek en de pr- en communicatiesector. Uitgangspunt vormen de norm die de professionele journalistiek zichzelf stelt: het streven naar onafhankelijkheid.




Recente reacties