De komende maanden laten we op Gevaarlijk Spel een aantal experts aan het woord over de aanbevelingen uit het onderzoek, te beginnen met metajournalistiek. Wat we daaronder verstaan schreven we vorige week. Deze week reageert Tom Cochez, redacteur van het Vlaamse apache.be. Volgens hem gaat het slechter met Vlaamse media dan vaak wordt beweerd en zijn journalisten bang voor metajournalistiek of andere experimenten.
Op 2 oktober verscheen op de website van twee Belgische kranten – de kwaliteitskrant De Morgen en de populaire krant Het Laatste Nieuws – een artikel met de intrigerende titel ‘Examenfraude met hersencomputers’. In reguliere Vlaamse media lezen we helaas veel vaker zulke volledig verzonnen berichten dan metajournalistieke beschouwingen.
Waar gaat het in godsnaam over? Examenfraude met hersencomputers? Je hoeft geen ervaren journalist te zijn om je achter de oren te krabben bij zo’n kop. Zeker wanneer het artikel uit de doeken doet hoe “Nederlandse studenten bij examens frauderen met behulp van de iKnow, een kleine kubus die op de slaap aangebracht kan worden en die functioneert als een computer waarin studenten mentale aantekeningen kunnen maken, lezen, internetten, muziek beluisteren zonder oordopjes en met anderen communiceren zonder te praten”.
Verder in het artikel wordt zowaar ene Essence Kwik, vertegenwoordiger van het KWAC, geciteerd. We verzinnen het echt niet. Het artikel verscheen zowel in De Morgen als in Het Laatste Nieuws.
Wat was er aan de hand? Het verhaal werd simpelweg ‘gekopieerd’ uit het Nederlandse gratis dagblad Metro. Die krant had haar lezers gevraagd om in het kader van de ‘Future Daily’ fictieve lezersbijdragen voor een krant uit de toekomst te schrijven.
Dood gestenigd
De hersencomputerfraude mag misschien een extreem voorbeeld zijn, het geval staat helaas verre van alleen. Dagelijks verschijnen in Vlaamse kranten en op krantenwebsites artikels die niets meer met journalistiek te maken hebben. Verhalen die gewoon fout zijn, pure pr of ongefilterde propaganda. Soms blijft het relatief onschuldig, zoals in het geval van de hersencomputer, soms ook niet.
Afgelopen zomer verscheen op de websites van het Vlaamse kwaliteitsblad Knack en Het Laatste Nieuws een artikel met als kop ‘Moslimmeisje doodgestenigd na schoonheidswedstrijd’. Het verhaal werd uit de Daily Mail geplukt en vertelt over ‘Katya Koren’ uit Oekraïne, die dood gestenigd zou zijn door drie jonge moslims omdat ze zou hebben deelgenomen aan een schoonheidswedstrijd. Dat schijnt niet te horen volgens de sharia, en bijgevolg zouden drie fanatieke moslims het meisje dood gestenigd hebben.
Het verhaal bleek even verzonnen als de hersencomputer, maar deed wel grondig zijn stereotyperend en stigmatiserend werk. Op zo’n moment krijg je iets wat misschien nog het best als anti-journalistiek kan worden omschreven. In plaats van op zoek te gaan naar de waarheid, blazen media een verzinsel op. Een eventuele rechtzetting, als die er al komt, leest niemand nog: de fictie wordt, met dank aan de vierde macht, op dat moment ‘waarheid’.
Voor het project (*)nvdr ontleedde de journalistieke website Apache het voorbije jaar wel meer van dergelijke verhalen. Vertrekkend van de simpele vraag: waarom staat dit stuk vandaag in de krant? Het antwoord is helaas lang niet altijd ‘omdat het journalistiek relevant is’. Journalistieke principes leggen het steeds vaker af tegen commerciële afwegingen. Is er een Franse komiek die in het een of ander praatprogramma grapjes maakt over Carla Bruni die ‘un nouveau nez’ heeft (en geen nouveau-né)? Dan schrijft kwaliteitskrant De Standaard prompt dat Sarkozy vader is geworden.
Vlaams eiland
Dergelijke artikels verschijnen in een medialandschap in diepe crisis. Toch wordt binnen het Vlaamse krantenlandschap trots verteld dat er helemaal niets aan de hand is. Nee, krantenmakers zakken van heinde en ver naar Vlaanderen af om met eigen ogen het wonder te aanschouwen van het ‘laatste eiland’ in Europa dat er in slaagt de krantenverkoop stabiel te houden.
Helaas is er ook in Vlaanderen wel degelijk iets aan de hand, al lees je dat in geen enkele Vlaamse krant. De losse krantenverkoop stuikt dramatisch in elkaar. Het voorbije jaar daalde de dagelijkse verkoop in de krantenwinkel van 451.000 exemplaren naar 368.000. Die terugloop met 18 procent wordt echter gecompenseerd door de toenemende verkoop van krantenabonnementen.
Niets aan de hand dus? Toch wel. Wie een beetje uitkijkt, neemt vandaag immers een abonnement op De Morgen of De Standaard voor de helft van de prijs. Door te gooien met abonnementen wordt de abonnementenverkoop kunstmatig opgekrikt en blijft het totale verkoopplaatje min of meer stabiel. Dat laatste is cruciaal om de adverteerders te overtuigen.
Die zorgvuldig opgeblazen zeepbel dreigt uit elkaar te spatten bij een teruglopende advertentiemarkt. Maar er is nog een ander, vanuit journalistiek oogpunt fundamenteler probleem: de strategie maakt kranten steeds afhankelijker van hun inkomsten uit advertenties. De inkomsten uit de verkoop lopen terug omdat de ‘losse verkoop’ crasht en de abonnementen voor dumpingprijzen worden verdeeld. De conclusie ligt voor de hand: adverteerders krijgen steeds meer macht, lezers steeds minder.
Metajournalistieke experimenten
Artikels zoals de hersencomputer, de gestenigde schoonheidskoningin of vader Sarkozy sporen naadloos met de evolutie waarbij kranten financieel steeds nadrukkelijker gaan leunen op hun advertentiepoot en steeds minder op hun lezerspoot. De nadruk verschuift van de krant als informatiedrager naar de krant als drager van advertenties. Correcte en relevante informatie verschaffen? De rol als vierde macht? Kritische bevraging van belangenorganisaties? De zoektocht naar eigen nieuws of relevante maatschappelijke onderstromen? Het gebeurt nog, gelukkig maar, maar het wezen van de journalistiek staat in Vlaanderen wel degelijk onder toenemende druk.
De traditionele mediagroepen lopen bijgevolg allesbehalve warm voor het concept ‘metajournalistiek’. Het impliceert immers een bereidheid om de eigen methoden in vraag te stellen. De tendens in Vlaanderen gaat in de omgekeerde richting, weg van ‘metajournalistiek’. Experimenten die Nederlandse reguliere media blijkbaar wél aandurven (Zembla) of publicaties zoals die van Joris Luyendijk zijn vandaag de dag in Vlaanderen simpelweg ondenkbaar. In andere landen zijn het journalisten die werken voor gevestigde media zoals Joris Luyendijk en Nick Davies die de kat de bel aanbinden. In Vlaanderen wordt mediakritiek, metajournalistiek en bij uitbreiding alles wat naar fundamentele vernieuwing ruikt in de marge gedrukt. Het is fundamenteel bedreigend, het mag niet bestaan en dus bestaat het ook niet.
Nochtans ligt net daar de toekomst van journalistiek. De grote mediagroepen vatten het (nog) niet, maar er bestaat wel degelijk zoiets als een ‘markt’ voor vernieuwende journalistiek. Lezers zijn geïnteresseerd in de ‘making of’ van een verhaal, in journalisten die direct communiceren met hun publiek en die in de mate van het mogelijke inzage geven in hun manier van werken. Lezers willen hun relatie met ‘de media’ herstellen. Ze vragen niets liever dan dat hun gedeukte vertrouwen hersteld wordt. Het internet biedt daartoe fantastische mogelijkheden. Buitenlandse voorbeelden zoals The Guardian of Rue89 wijzen de weg, maar Vlaanderen loopt achter. Of beter: Vlaanderen wil achteroplopen.
Mediabedrijven staan vandaag wereldwijd voor de keuze: ofwel kiezen ze ervoor zichzelf grondig te vernieuwen – en metajournalistiek helpt daarbij – ofwel persen ze de laatste druppels uit het oude model. In Vlaanderen wordt resoluut (en in zeker zin ook succesvol) de laatste optie gelicht. Een kader om te experimenteren ontbreekt bijgevolg. Metajournalistieke reflecties al evenzeer.
Gevaarlijk Spel is een onderzoek naar de verhouding tussen de journalistiek en de pr- en communicatiesector. Uitgangspunt vormen de norm die de professionele journalistiek zichzelf stelt: het streven naar onafhankelijkheid.




Recente reacties