De journalistiek dreigt de slag met pr en voorlichting te verliezen, zo blijkt uit het vorige week gepresenteerde rapport Gevaarlijk Spel. Vandaag reageert Rijk van Ark, voorzitter van Logeion, de beroepsvereniging voor communicatie.
Voor Logeion is Gevaarlijk Spel een interessante studie, omdat de onderzoekers onder meer beschrijven hoeveel professionals in het communicatievak actief zijn. De schattingen variëren van 135.000 tot 156.000 mensen. Hiermee bevestigt het onderzoek de vermoedens dat het vakgebied nog altijd groeit. Overheden, bedrijven en Ngo’s hechten waarde aan de rol van communicatie bij het bereiken van hun doelstellingen. Het is een serieus vakgebied en dat doe je er niet zo maar even bij, blijkt maar weer eens.
Minder gecharmeerd ben ik van de framing van zowel het onderzoek als de uitkomsten. De onderzoekers hebben gewerkt vanuit een journalistiek perspectief. Dat is een duidelijke keuze en ook niet zo verwonderlijk, het onderzoek is immers uitgevoerd bij de vakgroep media en cultuur van de UvA. Maar tegelijkertijd blijkt het een bedenkelijk denkkader te zijn: de tekst staat bol van de aannames, karikaturen en gekleurde beschrijvingen, die de toets van wetenschappelijke onafhankelijkheid maar moeilijk kunnen doorstaan. Zo lezen we termen als het ‘leger’ communicatiemensen, een communicatiedeskundige die een aantal cijfers ‘bekent’, journalisten die ‘gefrustreerd’ zijn door de ‘brutaliteit’ en ‘trucs’ van communicatiemensen. Communicatiemensen worden daarmee weggezet als manipulerende boeven die de goedbedoelende en naar onafhankelijkheid strevende journalist een rad voor de ogen draaien. Het zijn stempels, inkleuringen en gespinde beschrijvingen die niet thuis horen in een wetenschappelijke publicatie en ook geen recht doen aan de werkelijkheid.
Of de onafhankelijke journalistiek onder druk komt te staan door het groeiend aantal communicatiemensen, zoals wordt gesuggereerd, is nog maar zeer de vraag. Het is ook goed mogelijk dat de communicatie is gegroeid en geprofessionaliseerd juist vanwege de werkwijze en invloed van de media zelf.
Het rapport is waarschijnlijk vooral interessant leesvoer voor journalisten zelf. In hoofdstuk drie beschrijven de onderzoekers welke methodes communicatiemensen hanteren om aandacht te trekken van de media en nieuws te maken. Logeion erkent de grote waarde van een sterke journalistieke cultuur in Nederland. Organisaties zijn gebaat bij objectieve berichtgeving over ontwikkelingen in de samenleving, en daarmee bij blijvende versterking van de waarde van onafhankelijkheid.
Maar de wereld is wel veranderd. Dankzij digitale media heeft iedereen nu een platform om misstanden aan de kaak te stellen en daar aandacht voor te vragen. Communicatieprofessionals verleggen hun blikveld daarom steeds vaker van journalisten naar andere stakeholders die bijdragen aan het informeren van relevante betrokkenen.
Terecht doen de onderzoekers in het laatste hoofdstuk een reeks aanbevelingen voor de journalistiek zelf. Het rapport spreekt van ‘tegenstrategieën’ waarmee journalisten hun onafhankelijkheid kunnen bewaren. Variërend van een pleidooi voor een nieuw zelfbewustzijn en het advies om ook eens een primeur af te slaan of geen inzage meer te geven, tot het creëren van meer openheid over hoe een verhaal tot stand is gekomen.
Tja, en dan is er natuurlijk de voortschrijdende commercialisering van de media. Hoofdredacties ervaren elke dag de druk van de uitgevers om goeie rendementen te maken. De bezuinigingen bij kranten en radio/tv hebben onmiskenbaar negatieve consequenties voor de werkdruk bij journalisten. Dat is zorgwekkend en het is begrijpelijk dat de kwaliteit van de verslaggeving daardoor onder druk staat.
De onderzoekers pleiten dan ook voor het terugdringen van de bezuinigingen bij redacties. Juist dit zie ik als een duidelijke opdracht aan de journalisten zelf. De discussies over de bezuinigingen moeten vooral op de kranten worden gevoerd, daarbij al dan niet gesteund door de NVJ.
Journalisten moeten blijvend werk maken van hun professionalisering, net als communicatiemensen dat doen. De rollen verschillen, maar de strijd om de publieke opinie houdt ons allemaal bezig. De burger is daarbij inmiddels mondig genoeg om misstanden en slecht gedrag van journalisten of pr-functionarissen aan de orde te stellen.
Ik ben dan ook benieuwd wat er van de aanbevelingen van de onderzoekers wordt opgepikt. Er is werk aan de winkel voor de journalistiek. Wij laten ons graag verrassen!
Gevaarlijk Spel is een onderzoek naar de verhouding tussen de journalistiek en de pr- en communicatiesector. Uitgangspunt vormen de norm die de professionele journalistiek zichzelf stelt: het streven naar onafhankelijkheid.




Laten we vooral niet vergeten: er zijn ook nog communicatiemensen die helemaal niet, of nauwelijks bezig zijn met de pers…
Volgens mij zijn die 135.000 tot 156.000 mensen die in het communicatievak bezig zijn niet allemaal met persvoorlichting bezig. Een groot deel van deze mensen zijn volgens mij bezig met publieksvoorlichting, communicatiestrategie, internet, etc.
Het aantal professionele journalisten is gedaald. Maar er is een grote groep mensen bijgekomen met een ‘mediahobby. Via o.a. websites en weblogs verspreiden zij, vaak heel lokaal, het nieuws. Maar zij doen wel een beroep op de ‘persvoorlichters van overheden en bedrijven. Zij verdienen ook aandacht en een goed antwoord. Sterker nog, als deze groep niet op een professionele manier wordt behandeld heb je dikke kans dat het item verschijnt bij De Wereld Draait Door of Pownews.
Ik word een beetje moe van de tegenstelling die door voorlichters en journalisten steeds wordt opgeroepen. Een goede voorlichter kan de journalist helpen bij het vlot beantwoorden van zijn vragen. Hij kan de juiste persoon aan de journalist koppelen voor een interview. Maar voorlichters moeten zich niet voor een commercieel karretje laten spannen. Daarbij moeten zij het respecteren dat een journalist vragen stelt en daar een eerlijk antwoord op wil hebben.
Volgens mij werken goede voorlichters en goede journalisten prima samen met respect voor de positie die zij innemen.
Herman Opmeer
eigenaar Opmeer PR & Communicatie
Wat nu weer jammer dat het negativisme over, van en door de journalistiek er ook hier weer afdruipt. Waarom in plaats van wat er niet moet, eens een keer een mooi voorstel, plan of visie over de rol van de journalist in deze nieuwe uitdagende wereld?
Zo zijn journalisten als geen ander in staat feiten te verzamelen, te verifiëren en te onderhouden. In een toekomstige wereld van Linked Open Data is een professionele aanpak van fact-management goud waard, zeker als dit gebeurt in ‘the public interest’.
Als het dan zo is dat woordvoerders en voorlichters het werk van journalisten zo lastig maken, waarom legt de pers dan geen openbaar toegankelijk bestand aan van hun ervaringen met de communicatie jongens en meisjes, onjuiste of onvolledige informatie en opzettelijke vertraging of tegenwerking? Liefst compleet met voorbeelden, naam, toenaam, relaties, de voordelen die het de jokkende, zwijgende of verdoezelende organisatie heeft opgeleverd en de media die er in zijn gestonken.
Ik kan me herinneren dat er een aantal jaren geleden een storm van protest opstak , toen Donner en Balkenende in algemene zin kritiek uitte op de hijgere berichtgeving in de media. Noem man, paard en rugnummers was de reactie van het journaille. Dat zouden ze zelf nu ook moeten doen. Dan is het vermeende voordeel van de communicatiebranche heel snel verandert in een voordeel voor de journalisten en dus voor ons allemaal.
Fact management, fact checking, het scheiden van meningen en feiten en het herkennen van frames is een grote uitdaging voor de journalistiek. Een uitdaging met interessante verdienmodellen en een bevestiging van de essentie van de journalistiek rol.